Het venijn zit in de staart

Gisteren waren wij, het Princessengeestje, Ferus en ik super blij dat we over de kam van de Ardennen zaten, maar zoals de titel al verraadt, het venijn zit ‘em in de staart.

We waren blijkbaar niet goed wakker ( misschien door de luidruchtige Poolse prof wielrenners die in dezelfde jeugdherberg gelegerd waren) en Ferus had het ook niet in de mot: we snorden aan een gezapige snelheid over het biljartasfalt doch na een mijl of 3 kwam de gewenste zijstraat niet opdagen. Consultatie van de stafkaart deed het ergste vermoeden, we waren naar La Roche aan het fietsen i.p.v. naar Champlon dorp. OK, rechtsomkeer en dat betekent klimmen. Nou, moe.

Afijn, à la guerre comme à la guerre. Tot overmaat van ramp(je) hadden we geen kaart van het gebied rond Bastogne maar we hadden daags voordien wel een en ander voorbereid. Dus de route ging volgens mijn geschreven routebeschrijving langs Tenneville, Wembay , Trèsfontaines, Wyompont, Givroulle, Givry, Rouette, Champs om uiteindelijk in Bastogne te belanden. Tussen elk van de voorgaande dorpjes kan je een onnozel riviertje tegenkomen, maar dat betekent dat je eerst aan lichtsnelheid de vallei in duikt, een brugje van niemendal passeert en dan mag je weer de vallei uit “klefferen”. De Rue de l’Assence in Givroulle zal lang in mijn geheugen gegrift blijven: super steil en ondanks aanmoedigingen van het Judithzieltje moesten we twee keer op adem komen.

Eens voorbij de brug onder de E25 snelweg, begon het wat te miezeren en de knorrende maag van het zieltje op mijn schouder deed ons afstappen aan een lokale afspanning in Bastogne. Ferus kon ook wat rust gebruiken want van al die afdalingen stonden de remmen roodgloeiend en krijsten om rust.

Bij het verlaten van Bastogne zagen we een rare combinatie van artefacten:

”La Chapelle de Notre Dame de Bonne Conduite” … met ervoor een geschutskoepel van een afgedankte Amerikaanse tank. Waar is de relatie met “goed gedrag”?

We hobbelen voort door de af en toe opduikende miezer en wanneer we de grens met het G.H. Luxemburg oversteken merken Ferus en ik dat de wegen er behoorlijk beter op worden. Het wordt een stuk rustiger en we kunnen bijna een half uur in het midden van de weg de natuur bewonderen.

Een eindje verder moeten we pardoes de remmen dichtknijpen want – je gelooft het nooit – er staat een verkeerslicht midden in de natuur. Naast een walmende voorhistorische motor wachten we braafjes op groen. De reden wordt vlug duidelijk: de weg over de stuwdam is maar één auto breed.

en het verkeerslicht heeft blijkbaar geen sensor om te detecteren of er iemand staat te wachten. Het duurt eventjes, maar de ruiter is content, kan even uitblazen.

Zwoegend in een kleine versnelling en meer nat van binnen dan van buiten, naderen we Liefrange. Aan de overkant van het stuwmeer ligt Lultzhausen alwaar we zullen overnachten. Echter, waar is de brug? Ik spreek een oud koppel aan vraag de weg naar “Le Pont”. Een mengelmoes van Duits, Frans, Letzeburgs en gebarentaal maakt mij duidelijk dat ik over een aardeweg de dieperik in moet en daar een vlottende brug zal vinden. Is er een oorlog aan de gang?

Ferus en bagage schuift bijna twee keer van de weg af en ik moet uit alle macht duwen om het stalen ros op het steile paadje te houden. Te Voet, a.u.b. En dan zien we het vlottende kleinood :

Ferus weigert over te draven en dus doen we het te voet, het wiebelt wel erg doch op mijn schouder is het nogal rustig. Ik denk dat het Princessengeestje in slaap is gesukkeld. En ik binnenkort ook op deze plaats:

En de Route du jour was als hier onder en we reden 52 km en deden er 4 uur over…

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *