Ha, de “troepen” van de Karel de Kale waren maar een handje vol halfbakken ridders die we in een kort gevecht in de pan hakten. Na de overnachting bij een koppel heren met een andere “geloofsovertuiging” en waar Ferus voor het eerst buiten moest slapen (sorry, jongen), vatten we de reis naar Doornik aan.

Onderweg kwamen we een ander slagveld tegen, of liever een verzameling graven van een ander treffen maar dan van een veel groter formaat. Het herinnerde mij aan een bezoek aan Tynecot cemetry. Rare naam maar de vlag dekt een andere lading: 7660 militaire slachtoffers…



Het kerkhof bevindt zich te Souchez.
Vooralsnog geen zandwegen maar voortreffelijke asfaltjes, tot groot jolijt van Ferus die zingend voortzoemde. Het plezier werd nog groter toen we pardoes een spiksplinternieuw fietspad vonden doorheen de bossen van Lievin op weg naar Lens. Veel gehoord en gelezen over het Louvre Lens museum. Via een leuk fietspad – Ferus kan zijn geluk niet op – belanden we op de grasvelden rond het museum waar we Ferus even laten grazen. Als mijn herinnering juist is, heeft een jonge, afgestudeerde architect van Knesselaarse origine nog mee aan de bouw van deze “blokkendoos” gewerkt. Hypermodern maar schoon…?


We vatten de tocht weer aan via Pont à Vendin en Carvin. We vinden weer een leuk fietspad maar na een poosje merken we dat er buiten ons geen ander verkeer is. Tot overmaat van ramp vinden we aan de rechterzijde ongebruikte treinsporen en aan onze linkerzijde een afsluiting met om de 100 m een afgesloten poort. Bij één van die poorten vinden we een stukje afgescheurde omheining: bagage 1 voor 1 erdoor gewurmd, vervolgens Ferus die luid protesteerde en dan ik met een opspelend Princessengeestje.
We peddelen door Carvin en de wegen worden zienderogen slechter: afbrokkelend asfalt, gebroken beton, ondeskundig opgelapte gaten,… Ferus protesteert andermaal en de ruiter ook. We pauzeren even aan de kerk

Even buiten Carvin, proberen we weer een oud spoor van een Romeinse weg te volgen, doch Ferus en ik zijn het roerend eens: het is genoeg geweest met dat gebonk en gerammel en pijnlijke hoefijzers…

Zoemend over beter asfalt, merken we een leuk paadje langsheen de Marais de Wartin en vermits de felle tegenwind ons parten speelt, pauzeren we andermaal. Geestje van Judith wou hier gans de dag blijven dagdromen en spelen, doch dat gaat niet zo maar.


Doornik roept en vooraleer we de wind verder trotseren, bekijken we het kasteel van Cysoing, vroeger stond hier een abdij van Gisela, de zus van mijn aanstaande en woeste schoonvader, Karel de Kale. Doch de abdij is verdwenen en een saai kasteel verscheen.

De weg naar Doornik wordt geteisterd door behoorlijk wat wind en we komen blij, doch afgepeigerd aan in Doornik. De kasseien of eigenlijk smerige keien van de Parijs-Roubaix wielerwedstrijd hebben we veiligheidshalve links laten liggen.

Leave a Reply