In de sporen van Judith van West-Francië en Bouwijn met de Ijzeren arm..

In 862 vluchtten Judith van West-Francië en Boudewijn, de latere eerste Graaf van Vlaanderen, van Senlis naar Rome. Dat zat zo:
Rond Kerstdag 861 schaakt Boudewijn Judith van West-Francië, de dochter van Karel de Kale. Omdat zij al jaren stiekem verliefd zijn op elkaar, ziet Boudewijn zijn kans schoon om Judith uit de sterk bewaakte burcht van Senlis te schaken. Ze reizen halsoverkop in noordelijke richting en ergens te velde kunnen zij een lokale priester overtuigen om hen te trouwen. Toendertijd waren zij ervan overtuigd dat geen mens ter wereld een door God bezegeld huwelijk kan verbreken. Ze huwen met Lodewijk de Vrome, broer van Judith, als getuige.
Vader en Koning Karel de Kale, gesteund door aartsbisschop Hicmar van Reims, beschouwt hun huwelijk als onwettig en zit hen achterna om zijn dochter weer te kunnen opsluiten. Het jonge koppel besluit naar Rome te reizen om hun huwelijk door paus Nicolaas I te laten bezegelen.
De reis neemt bijna een jaar in beslag en gaat van Senlis richting Lille naar Doornik. Dan naar Lobbes, vervolgens over de Ardennen door het huidige G.H. Luxemburg naar Echternach en verder naar Trier. Vervolgens langs Saarbrücken, Sarreguimines naar de Rijn. De Rijn volgen zij tot in Zwitserland waar zij langs overblijfselen van Romeinse heirwegen de Alpen oversteken naar Italië en verder naar Rome. Wat men noemt een paardenreis!
