Vermits de achtervolgende meute van Karel de Kale volgens de lokale bevolking toch nog een paar dagen achterop zit, vertrekken we “ de bonne heure”, zegge en schrijve 8 uur. Het traject is lang, Ferus ijverig en de geest van de Princes lijkt “ Kom op, schiet op, jong” te insinueren. De bossen en bomen zijn gereïncarneerd als windmolens. Ferus houdt van de wind in de snoet en zoemt lekker over het asfalt, de ruiter kijkt een beetje sip bij al die tegenwind…


Op een gegeven moment, dalen we af naar de vallei van de Somme, het is er idyllisch en de geest van de Judith jengelt dat het niet meer mooi is, om even te pauzeren en de proviandmand te plunderen. We vlijen ons neer, geven Ferus wat zwarte haver en rusten.


Na een poosje begint Ferus zenuwachtig te worden: we kramen op en vertrekken. Er ontspint een discussie:
Judith: zeg manneke, niet te hevig, dat arme beest klimt zo vlug niet,
Ik: Klimmen? Hoe kom je erbij?
Judith: slimmeke, er staat daar een bordje “point de vue” langs het pad waar je Ferus op jaagt. Had gij nu gedacht dat dat naar beneden ging, of zo?
Ik: euh…
Judith: allez, vooruit, ‘t kleinste versnellingske , anders geraakt dat beest er nooit op!
Even later aanschouwen we de Somme vanaf een respectabele hoogte.

Judith: Zie je wel!. Ik: Jaja, ‘t is goed jong, zet u terug op mijn schouder, we draven verder. Dat ik je niet meer hoor, het eerstvolgende halfuur. Boze blik, pruillip.
We verlaten de Sommevallei en worden alsnog begroet door tegenwind en massa’s windmolens.

Even voorbij Bapaume, merken we dat Ferus een beetje begint te zwijmelen en ie reageert trager in het bochtenwerk. Nog een beetje haver? Hoofd schudt. Water? Geen reactie. Aha, de hoefijzers? Hevig gestamp Ok, we halen het pompje boven en voorzien het voorste hoefijzer van een extra kussentje lucht: terug op 4 bar gezet. Nu goed? Vrolijk gehinnik. We peddelen verder en ter hoogte van Hamelincourt, voel ik dat de Princes een beetje over en weer begint te schuifelen. Alhoewel niet echt een super fan van Bisschop Erpin, boezemt het geloof haar toch een beetje ontzag in en is ze toch nog steeds een beetje van een kerkuiltje. We houden halt en de Princes wipt even binnen, Ferus en ruiter versterken de inwendige mens.

We doorkruisen Atrecht/Arras en draven voort naar Mont St Eloi. De inboorlingen vertellen in de lokale herberg dat Karel de Kale’s troepen nog een dagreis achterop zitten. Aan de abdij en op het veldje ervoor zullen we slag leveren en hopelijk kunnen we de achtervolgers in de pan hakken.


Gezien de hoogte van deze heuvel, zullen we ze in de verte zien naderen. Ferus heeft er schik in en schudt een beetje zodat ons wapenschild duidelijk herkenbaar is. We wachten af, de princes zit ‘entre temps’ met een klein hartje en nagelbijtend op een bankje.

De route van vandaag was als volgt:

Leave a Reply