Eh, voilá, fix und fertig, zoals schoongrootvader Lodewijk de Vrome zou zeggen. De princes is uit de kerker geholpen, tenminste haar geest, en heeft zich behaaglijk op mijn schouder geïnstalleerd en maant lief aan om te vertrekken. Salut Senlis,

Ferus en ik proberen de struikrovers en wolven van le Forêt de Chantilly te vermijden en na een paar stevige kuitenbijters en een pracht van een fietspad komen we, zoeven we (Ferus draafde 45 km/u in de afdaling) eigenlijk door Pont Sainte Maxence. Na het doorwaden van de Oise, peddelen we richting Blincourt, klein gehuchtje, maar memorabel voor Boudewijn en Judith.

Eventjes het paard en berijder laven en dan galopperen we door een pracht van een landschap. De heuvels in de verte behoren tot le Forêt de Chantilly.


In de vallei net voor Gournay-sur-Aronde, is Ferus niet temmen en huppelt vrolijk over een restant van een Romeinse/middeleeuwse weg, of tenminste de sporen van zo’n weg. De bagage en ruiter rammelen luid protesterend en de hoefijzers houden stand…

Een boogscheut voorbij Canny-sur-Matz, vermeldt de stafkaart:” La route de Flandre, ancienne voie romaine”. Ferus die net over mijn andere schouder meekeek is het roerend eens met de geest van de Princes: dit is de juiste weg. Foeterend rijdt de ruiter gestaag doch hotsend en botsend over de keien tot in Crapeaumesnil. Het zacht zoemende asfalt aldaar is een verademing voor het zadel en wat erop zit…:-)

En waarlangs heeft onze vluchtroute geleid? Je ziet het hieronder en te Roye kunnen we het paard afstoffen en verfrissen en de inwendige mens van de berijder van de nodige calorieën voorzien. De herbergierster is een schat van een mens en draagt goed zorg voor haar enige gast 🙂

Leave a Reply