De kam van de … Ardennen

In de herberg La Lustinoise te Lustin was het Princessengeestje bijna niet weg te krijgen: behaaglijk salonnetje, toffe madame en tot overmaat van ramp zat Judiths ziel mee te smikkelen bij het diner. Regelmatig hoorde je: “Maar blijf daar nu eens af…”

We kregen uitgebreide richtlijnen van de herbergier over het traject dat we gepland hadden. Het zou een klimpartij worden als we de leuke wegeltjes zouden gebruiken. Langs de hoofdwegen zou het vlugger gaan maar naar een fietspad kan je daar fluiten.

Zonder veel moeilijkheden bereikten we Ciney. Op 14 juli 2010, stormde het zo hard dat de torenspits er afwaaide en de huizen rondom beschadigde. Vandaag, bijna 16 jaar later staat de spits er weer op en komt dus weer overeen met het embleem van het lokale bier.

Ferus en ik slaan het aanbod van het Judithzieltje af om bij een van de lokale afspanningen af te stappen. Neen, meiske, we moeten nog een eindje reizen vandaag. Even buiten Ciney, draaien we een wegje in en plots wordt er driftig op onze schouder getikt: alhoewel, Graaf van Vlaanderen, zou dit geen schitterend zomerpaleisje zijn? Hé Boudewijntje? En ze begint mijn oor te kietelen. Bijna bezwijk ik, maar Ferus wil absoluut voort en de kasteelhoeve van Haversin kan hem geen barst schelen… pruillip, ‘n halfuur stilte.

Te Humain komen we in de buurt van het centrum voor radio-astronomie en een weerstation van het KMI te Ukkel. De schoteltjes staan netjes afgelijnd, geen idee welke vreemde ster ze nu weer aan het afluisteren zijn.

Even verder zien we in de verte de rug van de Ardennen opdoemen. Zie je, Judithje liefje, waarom we in Ciney niet bleven hangen? Ferus moet wel volhouden, hé! Poeh, zegt ze, met mijn merrie Amandine zouden we er al lang geweest zijn. Tja, tegen zo’n logica zijn we niet opgewassen.

Een paar mijlen verder, bij het verlaten van Hargimont, horen we weer kirrende kreetjes van bewondering. Wat heeft ze nu weer gezien? Weer een zomerpaleisje, misschien?

Het kasteel van Jemeppe of kasteel van Hargimont dateert uit de 13e eeuw maar toen waren er maar een paar hutten of schuren in en rond de moerassen van het stroompje Hedree. Ondertussen is het eigendom van ene Sam Baro die blijkbaar ook eigenaar is van het team balletjestrappers KAA Gent.

We trappen lustig voort langs Harsin naar Nassogne en Ferus’ hoefijzers zingen leuk over het asfalt dat er als een biljartlaken bij ligt. Het heeft toch wel veel invloed op de prestaties wanneer de ondergrond er gladjes bij ligt. De weg naar Nassogne laat je voelen dat de zwaartekracht soms een vervelend wijf is. Het stijgt langzaam tot ongeveer een hoogte van 400 m. We laven Ferus en spijzen het Princesje en de ruiter in Nassogne. We verzamelen de bagage en onze moed en draaien de weg naar de Barièrre de Champlon op. Over een afstand van 4 km moeten we 220 m stijgen, van 330 naar 550 m. “Maar” 5% zou je zeggen, maar het duurt wel 4 km en het deprimerende is dat je achter elke bocht verwacht dat het minder stijgt, doch, neen, mispoes! Maar dan komt het ongelofelijke gevoel dat je eindelijk over de rug van de Ardennen geraakt bent, daar is de Barrière de Champlon! Oef en Ferus is ook tevreden want bij de jeugdherberg heeft ie een eigen plaatsje.

Het traject van de dag liep als volgt:

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *